Theatergroep Ameksani

User Rating: 0 / 5

Star InactiveStar InactiveStar InactiveStar InactiveStar Inactive
 
Theatergroep Ameksani
 
Elfie zit in de lobby van het oude theater. Ze is vanavond alleen. De andere vriendinnen hadden allemaal wat anders te doen gehad of hadden niet zo een zin in het stuk. Vanavond zou de theatergroep Ameksani voor de tweede keer het stuk : M’akuba fu san ede of M’akuba waarom? opvoeren. Elfie had over dit stuk gelezen in de krant en het had haar leuk geleken naar de voorstelling te komen. Ze heeft een witte one-shoulder jurk aan en zich een beetje opgemaakt. Ze ziet er prima uit. Misschien ontmoet ze vanavond wel de liefde van haar leven. Stanco, haar laatste ex, woont nu al 2 jaar in Nederland. Ze heeft gehoord dat hij samenwoont met Alexia, die ze ook kent. Ze waren zelfs goed op elkaar geweest. Zo zie je hoe mensen zijn. Hoewel ze het al had uitgemaakt voor Alexia met Stanco begon, vindt ze het toch niet zo een fijne gedachte dat die twee samen zijn nu. Afijn, vanavond zal ze genieten. Het stuk gaat over een vrouw wiens man voor haar uitloopt en die hem bewiest oftewel hem tot haar slaaf wil maken. Het loopt niet goed met haar af. Uit de rescensie heeft Elfie ook begrepen dat haar motieven heel mooi uitgewerkt naar voren komen.
Elfie heeft nog een kwartier voor de voorstelling begint. Ze rookt nog maar een sigaret en heeft alvast een soft gekocht in de bar, voor tijdens de voorstelling. Ze kijkt wat afwezig de lobby rond. Het is al aardig druk. Tan, daag, hoe gaat het? Haar mond vormt deze woorden als ze Denise ziet. Denise draait zich weer om naar haar gesprekspartner nadat ze Elfie terug heeft gegroet. De meeste mensen kent Elfie niet. Sommige mensen komen haar toch wel bekend voor omdat ze vaak naar voorstellingen van Ameksani komt kijken en zij blijkbaar ook tot het vaste publiek van de groep behoren. Maar echt kennen, nee, dat kan je niet zeggen. Haar oog valt op de ingang. WAT...wie komt daar binnen? Is het geen Stanco. Snel probeert Elfie haar blik af te wenden en zich zo klein mogelijk te maken. Was ze maar achter die paal gaan zitten dan had hij haar niet kunnen zien. Maar hij heeft haar gezien. Als in een slow-motion scene loopt Stanco in de richting van Elfie. Ze trekt verwoed aan haar sigaret terwijl haar gedachten als een carousel door haar hoofd draaien. Alle boosheid en teleurstelling om de breuk komen weer naar boven. Haar gezicht straalt hem kalm tegemoet. Hij ziet er goed uit, heeft zelfs een klein buikje gekregen. En is dat geen snorretje? Dat is ook nieuw. Een beetje warmte stijgt vanuit haar buik naar boven.
Ze slaat haar benen over elkaar.
‘Dag meid, Elfie, kind, hoe is het?’
Ze neemt zich voor net zo beleefd te antwoorden.
‘Oh goed. Hoe is het met jou?’
‘Geen klagen. Je weet dat ik nu met Alexia leef?’
Nu voelt ze haar kaken verstijven.
‘Ja, zo heb ik gehoord. Hoe gaat het met haar?’
‘Nou, ze is 3 maanden in de verwachting! Dus goed.’
‘WAT...ooh dus ze is zwanger. Je wordt vader.’
‘Ja, leuk he?’
‘Nou, ik moet toch zeggen dat ik verwonderd ben want toen ik zei dat ik kinderen wilde, kreeg je bijna een winti.’
‘Ach, je moet het niet zo bekijken. We waren er nog niet aan toe.’
‘Jij misschien niet, maar ik wel. Je wilde zeker geen kinderen van mij.’
‘Nee man, Elfie, zo moet je het niet zien. Ik was nog jong, wild en speels en dacht aan carriere maken en niet aan vrouw en kinderen.’
‘Dan wat was mijn rol in je leven als je niet daaraan dacht?’
Stanco draait een beetje ongemakkelijk met zijn voeten. Elfie ziet dat hij zich niet op zijn gemak voelt. Zal ik het inpeperen? Ach, laat maar. Ik wil hem toch niet terug.
‘Ik ben van mijn voorstelling komen genieten dus laten we het verleden laten. Ik wil mijn avond niet bederven.’
‘Ja, ik ben hier even voor zaken en mijn neef dacht dat het leuk zou zijn naar dit stuk te komen kijken.’
‘Ja, het is een goed stuk. Ik heb erover in de krant gelezen.’
Net op dat moment gaat de bel voor het begin van de voorstelling.
Elfie loopt met een gehaast tot ziens de zaal in en neemt een plaats in. Gelukkig gaat Stanco ergens achter haar zitten. Ze hoeft hem dus niet de hele voorstelling te zien.
De zaal loopt langzaam vol. Na zo een tien minuten zitten de meeste mensen en kunnen de lichten uit.
In de kleedkamer van het theater staan de 8 leden van theatergroep Ameksani in een kring, elkaar de hand vasthoudend, te bidden. Ze zullen straks met hun 69ste voorstelling beginnen. Voor dit stuk is het de tweede opvoering. Mariska, het oudste vrouwelijk lid gaat voor in het gebed. Iedereen heeft de ogen gesloten. De mensen die als eerst op moeten zijn al in kostuum.
De dramaturg klopt op de deur van de kleedkamer.
‘Nog 5 minuten,’ roept hij door de deur.
Mariska sluit het gebed af en de regisseur geeft nog een korte pep-talk. Met een kreet gooien de leden hun armen omhoog.
Degenen die al gekleed zijn, lopen naar de zijkant van het toneel waar ze alvast klaar gaan staan om op te komen zodra het gordijn open gaat. De anderen maken zich verder gereed voor hun rol straks. Mariska moet als eerste op. Dan heeft ze zeker voor 5 minuten de vloer alleen, pas dan komen Eric en Yvette op. Die spelen haar dochter en schoonzoon. Mariska speelt M’akuba.
Ze heeft een housedress aan en haar haren gebonden met een kleurige doek. De uitschietende haren heeft ze grijs gemaakt en ze heeft een kalebas in haar hand. Ze wriemelt met de kalebas in haar handen, voor de rest lijkt ze kalm, hoewel er ook een ader in haar linkerslaap heftig klopt. Yvette en Eric fluisteren zacht tegen elkaar. Ze maken nog een paar afspraken over hun rol want bij de premiere was hun opkomst niet zo vlot gegaan omdat Eric een belangrijke zin vergeten was zodat Yvette snel iets moest improviseren om niet de hele scene de mist in te laten gaan.
Johan, de regisseur kwam er nu ook bij staan. Met zijn hand geeft hij de gordijnophaler het sein dat het gordijn open kan.
Het toneel wordt zichtbaar. Het decor is eenvoudig. Een bankstel en een achtergrond van bomen en bloemen.
Mariska komt op. Het publiek begint luid te applaudisseren. Ze is erg geliefd bij haar publiek omdat ze altijd de zaal flink aan de gang weet te brengen met haar spel. Ze gaat op de sofa zitten en begint te prevelen terwijl ze water plengt uit de kalebas. Het geprevel wordt steeds luider tot iedereen in de zaal verstaat wat ze zegt.
‘Ay, Alumpado, ik roep je aan om me bij te staan.’
Ze herhaalt dit een paar maal. Dan begint ze met haar ogen te rollen, ze spert ze wijd open. Ze beeft eerst over haar hele lichaam dan staat ze op en begint met een zware stem te praten.
‘mi pikin, heb ik je niet gezegd dat je niet naar baas Maalder moest gaan en een bakru moest kopen, heh?’
Ze geeft zichzelf een klap in het gezicht.
‘Nu zul je voelen, want met die bakru komt ook de prijs.’
Mariska gooit met een kreet de kalebas weg en valt op de vloer. Ze begint over de vloer te rollen. Yvette komt het toneel op gerend. Ze ziet ‘haar moeder’ over de grond rollen. Ze pakt de kalebas en besprenkelt haar moeder met de inhoud ervan. De dramaturg reikt haar een wit laken aan op het zijtoneel en ze doet het laken over Mariska’s lichaam waarna zij een slok neemt uit de kalebas en met haar mond Mariska’s lichaam besproeit.
‘Mama, mama wat gebeurt er met u?’ ‘Wordt wakker mama.’
Mariska komt bij. Ze duwt het laken van zich af en staat op.
Ze gaat op de sofa liggen.
‘Baya, ik weet het niet. Ik was bezig een woord te richten aan Alumpadu daarna weet ik het niet meer.’
‘Mama, ik hoorde zonet een zware stem, wie was bij je?’
‘Een stem?’
‘Ja, net voor ik binnenkwam, daarom kwam ik luisteren wie er was bij jou.’
‘Dan wat zei die stem?’
‘Ik kon het niet verstaan.’
Ineens begint Mariska te schokken met haar lichaam en met dezelfde zware stem van daarnet zegt ze,’Ik wilde niet dat je naar baas Maalder ging. Waarom heb je die bakru gezet voor Johan?Weet je niet dat de prijs hoog is voor wat je hebt gedaan?’
Yvette begint te gillen. Ze klapt Mariska herhaaldelijk in het gezicht.
‘Mama, mama, wat gebeurt er met u?’
Op dat moment komt Eric het toneel op rennen.
‘Nowtu, nowtu, oom Johan is aangereden door een ezelskar in de Maagdenstraat. Ze hebben hem met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. We moeten snel ernaar toe. Hij is zwaargewond.’
‘Mi gado, Johan heeft een ongeluk gehad.’
Mariska schreeuwt het uit. Ze staat op van de sofa en begint wild in het rond te springen. Yvette doet niet voor haar onder terwijl Eric de één na de andere probeert te kalmeren.
In de zaal klinkt er gelach. Elfie lacht ook voluit om het aanstekelijk spel van de drie op het toneel. Vooral Mariska roept veel gelach op met haar overtuigend spel. Elfie hoort de speciale lach van Stanco boven de anderen uit. Even gaat een rilling door haar heen. Ze houdt zich in om niet om te kijken. Wanneer hij zo lacht, geniet hij. Misschien roept het ook herinneringen bij hem op van zijn eigen ervaringen op cultureel gebied. Ze kan zich herinneren dat ze een keer samen naar een bonuman waren gegaan om een onderzoek te doen. Stanco vond dat hij door pech werd achtervolgd de laatste tijd en voelde zich ook niet zo goed. Elfie was meegegaan als morele steun. Het was de eerste keer geweest dat ze naar een bonuman ging en ze had haar ogen uitgekeken. Baas Kilmer had ze in zijn dofo gebracht en in de spiegel voor Stanco gekeken. De spiegel was een gewone spiegel die met pimbadoti was bestoven. Baas Kilmer had een sigaar aangestoken. Af en toe nam hij een slok rum, die hij sproeide op de spiegel.
Toen begon hij te spreken. Hij legde het hele probleem van Stanco bloot. Eerst vertelde hij hun wat de moeilijkheden waren van Stanco toen gaf hij de oorzaak aan. Stanco werd achtervolgd door een boze jorka die door een kennis van hem op hem af was gestuurd. Baas Kilmer noemde de naam van die persoon. Het was een kwestie van jaloezie. Die kennis kon het niet aanzien dat het goed ging met Stanco. Hij had een goede baan en een mooie vriendin, alles wat deze kennis hem niet gunde. Baas Kilmer zou Stanco kunnen helpen maar hij moest dan wel een hele waslijst met spullen brengen voor zijn kuur. Stanco geloofde niet zo erg in die kuur en heeft die spullen nooit gekocht. Hij is in plaats daarvan naar de kennis gestapt en heeft een grote ruzie met hem gemaakt. De kennis is zo geschrokken dat hij in een grote staat van verwarring is komen te verkeren. Hij loopt nu vies en vuil door de stad terwijl hij al prevelend en soms luid scheldend uit vuilnisbakken etensresten verzamelt. Stanco heeft blijkbaar geen last meer gehad van die jorka maar kort daarna brak hij met Elfie en vertrok naar Nederland.
Misschien denkt hij nu ook weer aan die keer terug. Haar aandacht gaat terug naar het toneelstuk.
Intussen is het gordijn dichtgegaan. Terwijl de toneelknechten het decor aanpassen aan de volgende scene, hebben Mariska en Yvette zich omgekleed. Mariska heeft nu een beige blouse  met een zwarte rok aan en Yvette een zwart wit gebloemde jurk.
Eric, Winston en Jerrel zijn ook in deze scene. Ze hebben ook rouwkleding aan. Ze zitten bijelkaar op het bankstel. Als het gordijn open gaat, zingen ze stichtelijke liederen.
‘Ay, Johan, je bent dood.’
Yvette huilt hard, Mariska heeft haar zakdoek op haar gezicht gezet.
Winston staat op, hij schraapt zijn keel.
‘Johan, je bent zo onverwachts heengegaan. We weten niet waaraan, we weten niet waarom. Nu kan je ons niets meer laten weten. Je kwam die dag van die aanrijding naar mij toe. Ik weet nog steeds niet waarom.’
Mariska springt ineens op en begint met een zware stem te praten.
‘Jij, wat zeg je. Weet je niet dat ik, Gangan, Johan heb meegenomen naar het dodenrijk? Ja, ik ben hem komen halen.’
Ze valt op de grond en begint over het toneel te rollen.
‘Wat is dit?’ roept Winston uit.
‘Dat deed ze ook op de dag van het ongeluk. Hmm..waarom krijgt ze steeds een soort winti als het over mijn vader gaat?’
Yvette neemt weer een wit laken en gooit dat over Mariska. Die ligt nu stil onder het laken.
‘We moeten plengen om die winti te vragen wat het wil.’
Winston neemt een kalebas en steekt een sigaar op.
Hij knielt naast Mariska.
‘M’akuba, ben je daar?’
‘No, ik ben Gangan.’
‘Wie is Gangan?’
‘Ik was niet meer toen men me is komen roepen.’
‘Wie heeft je geroepen?’
‘Baas Maalder en M’akuba.’
‘Waarom hebben ze je geroepen?’
‘Ze hebben me geroepen om Johan te komen halen.’
Mariska begint te gillen onder het laken. Winston blaast sigarenrook over haar heen.
Jerrel is intussen een bekken gaan halen. Hij gooit kruidenwater over Mariska. Ze gaat weer overeind zitten maar siddert wel over haar hele lichaam. Yvette gaat voor haar staan.
‘Mama, wat heb je gedaan? Je hebt papa vermoord.’
‘Ik heb het niet gedaan, is baas Maalder. Ik wou alleen dat Johan onder me zou zijn.’
‘Die Gangan die je hebt gekocht heeft alles al vertelt. Je wist dat baas Maalder met wisi werkt, toch heb je hem zijn gang laten gaan. Waarom toch mama?’
‘Ik weet niet.’
Winston en Jerrel hebben met elkaar staan fluisteren. Nu begint Winston heftig aan zijn sigaar te trekken. Hij rolt met zijn ogen.
‘M’akuba, jij hebt mijn zoon gewisi!’
Mariska roept verschrikt uit:’Het is Alumpadu. Help, hij gaat me straffen.’
Op dat moment gaat het toneellicht uit en worden de gordijnen dichtgetrokken.
Elfie applaudisseert. Dat was echt een spannende scene. Ze is benieuwd hoe het stuk verder zal gaan.
De pauze wordt aangekondigd en de meeste mensen gaan naar de lobby om iets te drinken of een sigaret te roken. Ook Elfie gaat in de lobby staan bij een asbak. Ze steekt een sigaret op. Net als ze haar eerste trek neemt, staat Stanco naast haar.
‘Hi, hoe vindt je het tot nu toe?’ vraagt hij aan Elfie, terwijl hij ook zijn pakje sigaretten tevoorschijn haalt.
‘Nou, het gaat wel, ik ben vooral benieuwd hoe het met M’akuba afloopt want als je met wisi begint, loopt het meestal niet goed met je af.’
‘Ay, ik weet het. Herinner je nog dat geval van mij toen we naar Baas Kilmer waren gegaan?’
‘Ik moest ook daaraan denken. Heb je nog last gehad verder?’
‘In Holland ben ik ook naar een Afrikaanse waarzegger gegaan want het ging nog steeds niet zo goed met mij en die heeft mij een medicijn gegeven. Ik moet niet jokken, het gaat sindsdien goed met mij. Maar ik heb gehoord dat het met Benito niet zo goed is afgelopen.’
‘Ja, ik zie hem soms in de stad rondlopen. Hij is vies en vuil en eet uit de vuilnisbak. Het is wel erg om aan te zien. Het lijkt alsof niemand hem nog kan helpen.’
‘Ja, dan moest hij maar geen jorka op me zetten. Iedereen weet dat als je wisi voor een ander zet, het met jou ook niet goed afloopt.’
‘Ja, daar heb je gelijk in. Ik bemoei zelfs niet met bonu want je weet maar nooit waar het toe leidt.’
‘Moet je wat drinken?’
‘Nee, dank je, ik heb nog soft in de zaal.’
‘Heb je je soft in de zaal gelaten? Ben je niet bang dat iemand er iets in doet?’
‘Daar zeg je wat. Ik ga het niet verder drinken, hoor.’
‘Zal ik een nieuwe voor je kopen?’
‘Toch maar niet.’ Ik wil liever ook niets van jou aannemen, straks zet jij iets in mijn glas, hoe je met cultuur bezig bent.
Elfie maakt haar sigaret uit.
‘Ik ga weer naar binnen.’
‘Ay, ik ga ook zo weer zitten. Ik ga eerst drinken voor mijn neef en mij halen. Weet je zeker dat je niets wilt?’
‘Ja, ik weet het zeker.’
Elfie gaat weer op haar plaats zitten. De zaal stroomt weer langzaam vol en de zaallichten gaan uit.
Tijd voor de volgende scene.
Mariska wordt het toneel opgerold door Yvette. Mariska zit in een rolstoel. Ze heeft een panyi om haar lichaam en haar gezicht bepoederd met pimbadoti. Yvette heeft ook een panyi omgebonden. Op het toneel staan nu een paar banken met een teil en een bundel met allerlei soorten bladeren en kruiden. Er hangt een wit laken aan een waslijn en er zijn ook een aantal flessen met allerlei soorten dranken op een tafel. Op die tafel brandt ook een witte kaars op een schoteltje. Op één van de bankjes zit Romilde. Ook zij is gekleed in een panyi en heeft haar gezicht met pimbadoti wit gemaakt. Ze zit met haar benen uitelkaar dus kan het publiek duidelijk zien dat ze onder de panyi een zwarte stretch short aanheeft. Ze rookt een dikke sigaar en prevelt iets terwijl ze rum plengt uit een kalebas. M’akuba wordt naar voren gerold. Yvette zet de rolstoel vast en loopt al buigend na Ma Tinga. ‘Ma Tinga, we zijn er.’ ‘Ja jullie zijn er, ik voelde allang dat jullie kwamen. Dat ding dat met je moeder meeloopt, heeft zich allang aan me laten zien.’
Intussen begint M’akuba in haar stoel te schokken.
‘Alweer,’ roept Yvette,’dat vertelde ik u, Ma Tinga, de hele dag krijgt ze een soort aanval en ze kan al 6 maanden niet meer lopen. Ik heb haar door allerlei doktoren laten onderzoeken. Ze hebben niets kunnen vinden.’ ‘Ik weet het, breng haar naar hier.’
Yvette brengt M’akuba dicht bij een bank en helpt haar er plaats op te nemen. Ze heeft daar veel werk aan want M’akuba zit nog over haar hele lichaam te schokken. Eindelijk zit M’akuba.
Ma Tinga loopt om haar heen, ze blaast rook op haar.
‘Dus, jij was Johan’s vrouw. Jij bent naar bonuman gegaan om die man te bewiesen. Dan nou wil bakru niet van je weg gaan. Ik ga je leren!’ M’akuba zegt ineens boos:’Niemand kan me bij deze vrouw weghalen. Ze is van mij. Ik breek je nek als je iets probeert te doen!’ ‘Oh, oh, je wil ook nog vrijpostig zijn, wel we gaan zien.’
‘Freddie, Freddie!’ roept Ma Tinga. Jerrel komt ook op. Hij heeft een kamisa gebonden om zijn heupen en een tapu-skin panyi over zijn schouders geslagen. Hij heeft zijn gezicht rood gemaakt met kusuwe. Hij komt al handenwringend aangelopen. ‘Iya Ma Tinga, ik ben hier.’ ‘Freddie maak een water klaar om een bakru te scheiden van deze vrouw.’ ‘Iya Ma Tinga.’ Ijverig begint Freddie de kruiden en bladeren en verschillende dranken uit de flessen op tafel te mengen in de teil. Hij gaat ook een emmer water halen die hij ook erbij doet. Ondertussen doet Ma Tinga het laken, dat ze van de waslijn nam, over M’akuba. Ze blaast sigarenrook over haar heen.
Dan begint ze te zingen. Romilde heeft een krachtige stem en in elke rol die ze speelt moet ze minstens één lied zingen. Het lied is ook bij enkelen in het publiek bekend die meezingen met haar.
De anderen, behalve M’akuba, op het toneel vallen ook in.
M’akuba kreunt en wiegt met haar lichaam.
Freddie brengt de teil met het kruidenwater dicht bij de bank waar M’akuba op zit. Ma Tinga gooit met een kalebas scheuten water over M’akuba terwijl zij een ander lied aanheft.
Als al het water op is, pakt ze het laken in het midden vast en scheurt het in tweeën. M’akuba komt weer te zien. Ze zit nu rustig op de bank. Ma Tinga omhelst haar en geeft haar water met rum om te drinken. ‘Nu ben je bevrijd zuster, doe zoiets nooit meer. Je had ook dood kunnen gaan, net als Johan.’
‘Ja, ik zou het nooit hebben gedaan als Johan niet voor me had uitgelopen en al zijn geld in bars had uitgegeven. Hij kwam elke dag bij een vrouw precies hier in deze weg.’ ‘Ja, dat is waar,’ zegt Ma Tinga,’hij kwam bij mij!’ ‘M’akuba springt op van de bank.
‘Tan, ik kan weer lopen! Ik begrijp het niet, Johan kwam bij Ma Tinga?’ ‘Ja, hij kwam bij mij!’ M’akuba springt op Ma Tinga af.
Plotseling gaat het toneellicht uit. Er is gegil te horen op het toneel.
Dat was een spannende scene, denkt Elfie. Ze kijkt om haar heen. De meeste mensen zitten geconcentreerd te kijken naar het toneel.
Ze kijkt om. Stanco vangt haar blik op en zwaait even naar haar.
Ze keert zich snel weer naar voren. Elfie kijkt op haar horloge. Het is bijna afgelopen.
In de kleedkamer omhelst de regisseur Mariska en Romilde. Dat kan makkelijk want beiden zijn slank. Mariska is zelfs mager te noemen. Ze is wel lang en heeft een goedgevormd lichaam. Wanneer ze op het toneel staat, valt ze echt op.
De akteurs gaan zich gereedmaken voor de laatste scene.
Er wordt niet veel gesproken. Mariska trekt dezelfde housedress van de eerste scene aan en Yvette een kleurig gebloemde rok en bloes. Romilde heeft nu rouwkleren aan. De heren hebben alle drie een t-shirt aan en een spijkerbroek. In de laatste scene is het hele probleem al opgelost en is M’akuba helemaal genezen.
Van de dramaturg krijgen de acteurs een glas stroop.
‘Nog 2 minuten’ roept hij terwijl hij de kleedkamer uitloopt.
In de zaal is het rumoerig. De buren van Elfie zijn ook druk bezig het stuk met elkaar te bespreken.’Nee, je hebt het niet begrepen, Ma Tinga was de buitenvrouw van Johan.’ ‘Oh, dan waarom heeft ze dat ding toch voor M’akuba gedaan?’ ‘Dat ga je straks zien maar ik denk dat er meer achter moet zitten.’ De zaallichten gaan uit.
Op het toneel gaan de lichten aan. Het decor is weer veranderd. Het bankstel staat er opnieuw. Op het toneel zijn M’akuba en Yvette die naast haar zit op de sofa. Freddie en Winston zitten samen op de tweezitsbank en Ma Tinga en Eric zitten elk op een stoel.
‘M’akuba, ik ben blij dat je weer helemaal in orde bent,’ zegt Yvette. ‘Ja, m’n kind. Ik heb een fout gemaakt en dat heeft mij bijna het leven gekost.’ ‘Toch is me een ding nog niet duidelijk.’
‘Wat?’ ‘Wat ging papa bij Ma Tinga doen?’ Ma Tinga staat op.
‘Dat kan ik beantwoorden.’ Ze gaat zodanig staan dat het publiek goed in haar gezicht kan zien.’Ik ben een half-zuster van Johan. Hij en ik hebben dezelfde vader. Hij had vorig jaar ontdekt dat zijn vader nog meer kinderen had dan de drie van zijn moeder.’
M’akuba zegt verbaasd:’Maar waarom heeft hij nooit iets gezegd tegen mij?’ ‘Hij was bang dat je zou denken dat hij ook buitenkinderen had omdat je dacht dat hij voor je uitliep.’
‘Had hij dan ook buitenkinderen?’ ‘Alleen een voorkind. Weet je wie?’ ‘Nee.’ ‘Wel die jongen Freddie. Hij is een voorkind van Johan.’ ‘Tegen een voorkind kan ik geen bezwaar hebben. Ik neem Freddie als mijn zoon aan.’ Ze staat op en omhelst Freddie die ook opgestaan is. ‘M’akuba, ik heb zelf geen moeder meer, dus neem ik u aan als mijn moeder. Ook Yvette gaat Freddie omhelzen. ‘M’n broer.’ ‘M’n zusje.’ ‘Ma Tinga, ik moet je bedanken dat je dit geheim aan mij hebt onthuld.’ ‘Ik kon niet anders toen Freddie mij over dit geval vertelde. Ik kon je niet in de waan laten. Maar je hebt me niet gevraagd wat Johan zo vaak bij me kwam doen?
Hij kwam om te leren bonu. Hij wou andere mensen helpen. Net als mij heeft hij bepaalde winti gekregen van onze vader.’ M’akuba valt terug op de sofa. ‘Als ik dat had geweten was ik nooit naar baas Maalder gegaan. Waarom heeft hij nooit iets gezegd?’
‘Hij was bang om je kwijt te raken.’ ‘Daarom moet je praten met je partner. Want je ziet wat kan gebeuren als je geheimen hebt voor elkaar. Had Johan zijn vrouw in vertrouwen genomen, was hij misschien nog in leven geweest. Nu, is het te laat, Johan is dood.’
Romilde heft een stichtelijk lied aan en de anderen vallen in.
De zaallichten gaan aan en het publiek zingt uit volle borst mee.
Het stuk is afgelopen. De spelers lopen naar voren en buigen tegelijk voor het publiek terwijl ze elkaars hand vasthouden.
Ze krijgen een lang en warm applaus. Dan komt de regisseur het toneel op. Ook hij krijgt een warm applaus.
‘Dank u, dames en heren, dat was het stuk M’akuba san ede of M’akuba, waarom? We hopen dat u heeft genoten.’ Weer breekt het applaus los. De regisseur gooit zijn armen omhoog en gebaart het publiek dat hij nog wat wil zeggen.’Ik ga nu de  acteurs aan u voorstellen. Om te beginnen hebben we Mariska Walden als M’akuba. Yvette Yzer als haar dochter. Romilde Rubens als Ma Tinga, Jerrel Wichers als Freddie, Eric Pas als schoonzoon en Winston Bever als vriend van Freddie.’ Na elke naam die genoemd wordt, doet de desbetreffende acteur een stap naar voren en klapt het publiek. Vooral Mariska oogst veel applaus. Nu vragen enkele mensen hoe de regisseur heet. Niet dat ze zijn naam niet kennen, hij is vrij bekend in de samenleving, maar ze willen hem ook vereren met een applaus. ‘En ik ben Kenneth Hemen, de regisseur.’ Weer barst het applaus los. Ook de namen van de dramaturg, de belichting en de toneelknechten worden genoemd en waar het kan komen ze naar voren.
Elfie heeft flink geklapt. Het was een interessant stuk, het had herinneringen naar boven gebracht aan de eerste keer dat zij zich op het culturele pad had begeven. Ze pakt haar tas van de vloer. Daar zet ze altijd haar tas, tenzij er een plaats naast haar vrij is. Ze gaat met de andere mensen de zaal uit. Ze zal een heel stuk moeten lopen om een taxi naar huis te kunnen nemen. Het dichtsbijzijnde taxibedrijf is enkele straten verder.
Als ze in de lobby komt, ziet ze het meteen, het regent. Ik heb geen paraplu bij me. Er zit niets anders op dan te wachten tot het weer opklaart. Het regent meestal niet al te lang achterelkaar.
‘Hey, je bent er nog’. Elfie draait zich om. Stanco staat achter haar. ‘Nee, het regent, dus kan ik nog niet weg. Ik heb geen paraplu bij me.’ Ik hoef hem dat alles toch niet uit te leggen, denkt Elfie bij zichzelf. ‘Kom mee, ik ben met de auto, ik zet je wel even thuis.’ Zal ze dat wel doen? Nou, wat voor kwaad kan het? Ze knikt en Stanco pakt haar hand. ‘Kom, dan rennen we naar de auto, het staat vlakbij geparkeerd.’ Samen rennen ze de poort uit. De meeste mensen hebben rekening gehouden met de regen en zijn onder hun paraplu’s naar buiten gelopen. Enkelen blijven wachten tot het ophoudt met regenen. De poort is daarom vrij tegen de tijd dat Elfie en Stanco erdoorheen rennen.
Stanco maakt snel de auto open en ze stappen in.
‘We moeten nog even op mijn neef wachten, hij was nog even naar de w.c. Hoe vond je het stuk?’ ‘Nou, goed, net wat ik je in de pauze zei, het bracht herinneringen aan die ene keer toen we naar de bonuman waren gegaan.’ ‘Aay, ik herinner me nog heel goed. Ik heb je nooit vertelt maar ik ben teruggegaan naar baas Kilmar met de benodigdheden van de lijst.’ Elfie schrikt.’Heeft hij je dan toch gebaad?’ ‘Ja, het was een kuur van een week, toen was ik sterk genoeg om die jongen te lijf te gaan.’ ‘Oh, ik wist het niet, ik dacht dat je niet in zulke dingen geloofde.’ ‘Dus, gaandeweg heb ik toch een geloof in deze cultuur gekregen. Een paar kennisen van mij hebben mij het een en ander laten zien en ik kreeg in die tijd allerlei dromen. Dus toen baas Kilmar had gesproken, herkende ik veel van wat ik had gedroomd en meegemaakt en durfde ik hem te vertrouwen.’ ‘Dus je hebt die jongen weer gewisi?’ ‘Ik weet niet hoe ik het moet noemen maar toen ik hem aansprak was het net alsof iets van mij uitging naar hem en hem aanraakte.’ ‘Je hebt wel moed hoor.’ ‘Ik had moed ja, nu is het gewoon voor mij om offers te brengen aan Alampadu en een bepaalde levensstijl te onderhouden. Ik geef zelfs adviezen aan anderen op cultureel gebied.’ ‘Wat, je bent nu expert?’ ‘Zo, zou je kunnen zeggen.’
Neef Arturo komt de wagen in.’Ey, Elfie, hoe gaat het?’ ‘Goed. Hoe is het met jou?’ ‘Het gaat. Ey Stanco, schuif laat me rijden.’
Stanco gaat naast Arturo zitten. Elfie is al achterop gaan zitten. Arturo start de auto. ‘Woon je nog steeds aan de Estabrielstraat?’ ‘Ja, maar je kan mij bij de taxi zetten, je hoeft niet helemaal daar naar toe te rijden.’ ‘Het is geen probleem hoor.’
‘Nee, zet me bij de taxi.’ Het is druk op de weg. Hoe het regent gaat iedereen met de auto op stap.
Ze komen aan bij het taxibedrijf. Er is geen enkele wagen binnen. Wanneer het regent willen de meeste taxichaffeurs niet rijden, dus zal Elfie lang moeten wachten. ‘Maak je niet druk, ik rij je wel naar huis, tenslotte was je bijna mijn familie.’ Elfie lacht een beetje wrang. ‘Okay, je weet nog hoe je moet rijden?’
Stanco heeft, nadat Arturo in de wagen is gekomen, niets meer gezegd. Nu praat hij zachtjes tot Arturo. Elfie kan niet verstaan wat ze zeggen. Ze kijkt naar buiten. Hij gaat tenminste de goede kant op. ‘Woon je nog steeds met je moeder?’ vraagt Arturo haar.
‘Nee, ik woon nu alleen. Mijn moeder heeft een huis gebouwd in de Kwatta en heeft dit huis voor mij gelaten.’ Stanco draait zich om.
‘Mag ik dan een beetje met je komen zitten?’ ‘Wanneer?’ ‘Nou, als we aankomen.’ ‘Vanavond gaat niet gaan, het is al laat.’ ‘Wat is er op tegen, je kent me toch of ben je bang voor wat de buren gaan zeggen?’ ‘Nee, dat niet, maar ik vind het te laat en bovendien weet ik niet wat we nog te bespreken hebben. Iets anders moet je niet meer bij mij zoeken.’ ‘Je vind het erg dat ik je heb gelaten?’ ‘Nou niet meer.’ Ze zwijgen nu beiden. Elfie kijkt weer naar buiten en Stanco praat weer bijna onhoorbaar met zijn neef.
Arturo stopt voor het huis van Elfie. ‘Hier is het toch?’ ‘Perfect,’ zegt Elfie. Ze stapt uit. Ze loopt snel naar haar poort. Dan keert ze zich om en zwaait naar Stanco en Arturo. ‘We wachten tot je binnen bent.’ Arturo zwaait terug. Stanco stapt uit.’Kan ik even komen plassen?’ Elfie staat in dubio. Als ik hem binnenlaat en er gebeurt wat is het mijn eigen schuld maar het kan ook gewoon zijn dat hij echt moet plassen. ‘Plas op het erf, ik ga je niet binnenlaten om dit uur van de avond,’ zegt ze koud. Stanco mompelt iets van ‘laat maar’ en klimt weer in de auto.
Elfie gaat naar binnen. Ze doet het licht aan en gaat door naar haar slaapkamer. Ze trekt haar jurk uit en in haar ondergoed loopt ze naar de keuken. Ze heeft wel wat trek. In de ijskast is er niet veel eetbaars. Ze moet morgen maar weer wat boodschappen doen. Elfie vindt een stukje gebakken kip dat ze gretig opeet. Ze neemt niet eens de tijd om het op te warmen.
Dan poetst ze haat tanden en gaat op bed liggen.
Ze laat de avond in gedachten aan haar voorbij gaan. Flarden van haar gesprekken met Stanco en de dialogen van het toneelstuk malen door haar hoofd. Ze valt in slaap.

Print Email