ELF SEPTEMBER 2001

ELF SEPTEMBER 2001
 
De dag dat de wereld veranderde.
Het is midden in de grote vakantie en de lucht is stralend blauw.
Keira speelt op straat, voor haar huis.
Ze woont in een rustige straat in het noorden van Paramaribo.
Keira speelt niet alleen.
Ze is samen met haar vriendinnen van de straat.
Het zijn Riane, Wendy en Astrid, oja, en Kenneth.
Ze spelen elastieke twist.
Kenneth is aan de beurt om te springen door het elastiek.
Wendy en Astrid houden het elastiek.
Die anderen houden kraak voor Kenneth.
Voor een jongen springt hij goed.
Keira lacht.
Het is half elf ’s morgens en ze heeft vakantie.
Keira is over, de anderen trouwens ook, gelukkig.
Nu mogen ze net zoveel spelen als ze willen.
Ze hoeven niet extra te helpen thuis.
Zij hebben geen straf.
Mama is naar het werk en Stanley, haar broer, ligt nog in bed.
Stanley is al groot.
Hij gaat naar de middelbare school.
Hij is ook over.
Volgend jaar moet hij eindexamen maken.
Hij rust vooral uit in deze vakantie.
Stanley is vaak in zijn kamer.
Hij leest of hij zit achter zijn computer.
Hij is rustig, hoewel hij soms ook flink kan dansen en springen met zijn radio keihard aan.
Keira vindt hem een lieve broer.
Hij let vaak op haar als mama en papa er niet zijn.
Papa is er niet, tenminste niet in Suriname.
Papa is in Amerika, in New York, voor zijn werk.
Al  vier maanden is papa daar.
Ze missen hem allemaal heel erg.
Over twee maanden komt hij eindelijk terug.
Keira zal blij zijn als hij er weer is.
Toen papa vertelde dat hij voor zes maanden naar Amerika ging, had haar hart een slag gemist.
Ze was opeens erg geschrokken, terwijl het niet zo een vreemde mededeling was.
Papa gaat vaker weg naar het buitenland voor zijn werk.
Hij werkt voor een buitenlands bedrijf..
Ze waren dat al gewend.
Waarom was ze deze keer niet blij voor papa?
Waarom was zij geschrokken?
Mama is advocate.
Zij is heel knap en houdt van haar werk.
Daarom is Stanley veel thuis, om op Keira te passen.
Kenneth zit vast, dus moet hij stoppen.
Keira is aan de beurt.
Met een ernstig gezicht springt zij de eerste figuren.
Binnen gaat de telefoon.
Zij luistert.
Het gerinkel stopt, zeker heeft Stanley opgenomen.
Zij springt verder.
‘Keira, Keira.. kom binnen!’ roept Stanley.
Keira stopt gelijk met springen en maakt zich los uit het elastiek.
‘Sorry jongens, mijn broer roept mij.’
‘We wachten op je, meisje, ga snel!’
Opeens begint het te regenen.
Iedereen rent naar huis.
‘Tot later, Keira!’ roept Astrid nog.
Keira rent door de poort het erf in en de trap op.
Stanley heeft intussen de televisie aangezet.
‘Keira,  Peter heeft gebeld dat we naar de televisie moeten kijken. Er is iets ergs gebeurd in New York, zei hij.’
Intussen werd het programma op de televisie onderbroken voor een flashbericht uit Amerika.
Een vliegtuig is zoëven door één van de torens van the World Trade Center heengevlogen.
‘Mijn god, dat is waar papa werkt! Ma..waai!’
‘Rustig Keira, we moeten mama bellen. Huil niet. Misschien is hij niet erbij. Hoor je niet, die mensen zeggen dat er mensen uit het gebouw komen. Kijk op die teevee.’
Stanley draait het nummer van zijn moeders kantoor.
‘Met Ousen en Welbedacht.’
‘Anneke, met Stanley, mag ik mijn moeder?’
‘Ja, bel haar cellnummer, ze is nu onderweg naar huis. Sterkte Stanley!’
Stanley belt zijn moeders cellulair.
‘Ja Stanley, ik ben onderweg.’
‘Hoe weet u het?’
‘Ik heb een telefoontje gehad. Wanneer ik kom, zullen wij praten.’
’Tot straks ma, rij voorzichtig.’
Ondertussen is Keira gestopt met huilen.
Zij kijkt strak naar het scherm van de televisie.
De beelden zijn schokkend en ook de reporter van het nieuwskanaal klinkt geschokt.
Stanley en Keira wachten vol spanning op hun moeder.
Na wat een hele tijd lijkt, komt hun moeder thuis aan.
Ze rennen naar haar toe en ze omhelzen elkaar.
Mama zegt:’ We moeten rustig blijven. Ik ga eerst oma bellen en daarna de ambassade. Ik hoop niet dat iemand anders oma ook al heeft gebeld.’
Mama maakt zich los van de kinderen en belt naar haar schoonmoeder.
‘Ma, ik moet je iets ergs vertellen. Heeft iemand u gebeld?’
‘Ja, tante Wilma is geweest en heeft me net vertelt taki so wan sani psa. Maar één ding, gisteravond Ronald bel mi, dat hij kiespijn heeft, hij zou vanmorgen naar een dokter gaan. Maar nou weet ik niet waar hij naar de dokter zou gaan. Mi gado, ik hoop dat hij er niet bij is. Wat ga je doen?’
‘Ik ga de ambassade bellen. Inderdaad klaagde Ronald over kiespijn toen hij me vorige week belde. Maar er zijn ook doktoren in dat World Trade Centrum. Aay baya, toestand. Ik bel de ambassade, dan bel ik je terug.’
Ma belt de ambassade van Amerika.
‘Yes, American Embassy?
 U kunt Nederlands praten, mevrouw. Waarmee kunnen we u helpen?’
‘Mijn man werkt in Amerika. In the World Trade Center en ik zag net dat een vliegtuig in het gebouw is gevlogen. Ik vermoed dat mijn man daar was. Hoe kom ik erachter?’
‘Mevrouw, allereerst leven wij met u mee. We hebben nog geen informatie daarover maar laat u uw telefoonnummer achter, dan bellen wij terug zo gauw wij iets weten. Wat is uw naam en nummer?’
‘Karin Ousen, het gaat om Ronald Ousen. Telefoon 560988. Dank u.’
‘Wat u ook kunt doen, is het cellnummer van hem proberen te bellen.’
‘Inderdaad dat had ik nog niet geprobeerd. Bedankt voor de tip.’
Ma draait het nummer van papa’s cell.
Ze krijgt geen verbinding.
Keira en Stanley hebben er al die tijd gespannen bij gestaan.
Ze richten zich weer tot de televisie.
Moeder draait papa’s nummer opnieuw.
Geen verbinding, alle verbindingen met New York zijn verbroken.
Opeens begint Keira te gillen.
Een tweede vliegtuig is door de andere Tower gevlogen.
Stanley laat zich bleek vallen op een sofa.
‘Ma, ma waar is pa? Help, mijn vader, mijn vader...!’ gilt Keira.
Haar moeder houdt haar vast.
‘Het komt in orde Keira, ik voel het. Laten we bidden, we moeten onze hoop niet verliezen.’
Ze begint te bidden, Stanley doet met haar mee.
Keira kalmeert een beetje, er komen geen nieuwe tranen.
De telefoon gaat, mama pakt de hoorn snel op.
‘Mijn hemel, Karin, wat zie ik op de televisie?’
‘Aay meisje Selma, ik ben in alle staten want ik weet niet als Ronald in die Towers is. Hij heeft zijn moeder gezegd dat hij naar een tandarts zou gaan vanmorgen. Hij klaagde over heftige kiespijn. We kunnen alleen maar hopen, want ik kan geen verbinding krijgen met hem.’
‘Ik kom later bij je zitten, ik breng iets te eten voor jullie of heeft Wiesje gekookt?’
‘Ik moet nu niet aan eten denken, maar bedankt. Wiesje is vandaag vrij. Ik zou koken. Je hebt misschien gelijk, ik moet ook aan gewone dingen denken. Het leven gaat door.’
‘Laat mij z’n moeder weer bellen, misschien heeft zij iets gehoord. Je weet hoe hecht Ronald met zijn moeder is.’
‘Okay, tot later.’
‘Ma, misschien probeert pa te bellen, gaat u die lijn niet vrijhouden?’
‘Ja, je hebt gelijk Stan, ik ga oma op mijn cell bellen.’
‘Met Karin, ik heb de ambassade gebeld. Zodra ze meer weten, bellen ze terug. Ze hebben me wel aangeraden zijn cellnummer te bellen. Maar ik krijg geen verbinding.’
‘Zonet, net, net ging mijn telefoon over maar ik hoorde niets. Misschien is hij het!’
‘Misschien, laten wij hopen!’
‘Maar ik ga neerleggen, want misschien belt hij weer.’
‘Ja ma, is goed.’
‘Tante Selma heeft gelijk, hebben jullie geen honger? Je moet wat eten Keira, je hebt vanmorgen je brood niet helemaal opgegeten en het is al vier uur. Jij ook, Stanley. Kom in de keuken, Wiesje heeft gisteren eten gemaakt voor vandaag. Ik zou vandaag koken, maar je weet hoe het soms gaat, dus heeft Wiesje een back-up gekookt.’
‘Komt nu goed uit.’
In de keuken warmen ze samen het eten op.
De telefoon gaat verschillende keren.
Het zijn allemaal vrienden en kennisen of familie die hun medeleven betuigen.
Mama vraagt ze allemaal de lijn zo lang mogelijk vrij te houden, want misschien belt papa uit Amerika.
Intussen zijn Selma en nog een paar andere vriendinnen met Karin komen zitten.
Dan gaat tegen 12 uur ’s avonds de telefoon weer.
Stanley neemt op.
Hij schreeuwt.
‘Papa! Mama, Keira, het is papa!’
De anderen rennen naar de telefoon.
Stanley geeft de hoorn aan zijn moeder.
‘Ronald, je bent er nog, waar ben je, ben jij het echt?’
‘Ja Karin, schat, ik ben er. Je weet niet hoe blij ik ben je stem te horen. Ik kom zo gauw mogelijk terug. Heb vanaf vanmorgen geprobeerd te bellen. Nu pas is het gelukt. Thank goodness.’
‘Meisje, hoor wat er is gebeurd. Ik kreeg gisteravond weer een hevige aanval van kiespijn en besloot vanmorgen nog naar een tandarts te gaan. Ik zou eerst naar een tandarts in de Towers gaan maar ik kon geen goede tijdsafspraak maken met deze en ik ging dus naar een tandarts op 6th Avenue. Ik had om 10 uur die afspraak en toen ik halverwege de stoep was, gebeurde het. Ik ben gerend naar de kant van de 6th Avenue en daar een winkel ingerend. Er was een heleboel rommel op straat en ik was zelf grijs van de stof. Maar geen verwondingen hoor, je hoeft je geen zorgen te maken. Die hele kiespijn is weg.Ik ben naar huis gelopen en heb sindsdien geprobeerd om jullie te bellen. Ik kom zo gauw mogelijk terug.’
‘Ja baya, thank goodness, je bent in orde. Dat was me schrikken, jongen, doe zoiets nooit meer, hoor,’ zegt mama opgelucht lachend.
‘ Nee, liever niet. Geef me die kinderen.’
Zij geeft de hoorn aan Stanley en Keira, die allerlei vragen hebben en opgeluchte geluiden maken.
Na twee weken is hun vader terug uit Amerika.
Voorlopig gaat hij niet op reis voor het werk.
Hij zegt dat hij liever dicht in de buurt van zijn gezin en zijn moeder wil blijven en dat als hij doodgaat, hij thuis  wil sterven, dicht bij zijn geliefden.
Gelukkig is het voor Ronald Ousen goed afgelopen.
Anderen hebben minder geluk gehad.
De wereld was voorgoed veranderd. Want als dat kon gebeuren in New York was niemand meer veilig op deze aarde. En werkelijk gebeurde er meer dat maakte dat alles anders was geworden.