DRIE ZONDAGEN

Cicely zet een keel op. Ze heeft een bacove in haar hand waar ze net een hap uit nam. Zoals altijd heeft zij zich in zijn schoot omgedraaid. Om hem ook een hapje te geven. Toen ze de bacove naar zijn mond bracht, zag ze een vreemde mond. Ze keek eens goed. Het was niet haar vader. Haar mond ging wijd open en een golf van geluid spoot eruit.
Daar zijn de veilige armen van haar moeder. “Wat is er meisje, heb je je vergist ?” “Niet meer huilen, kijk, daar is papa. Kijk..kijk..papa !” Haar mond gaat dicht. Een zachte snik, ze kijkt op en ontdekt hem tussen de andere mannen die aan de tafel in de eetkamer zitten. Hij lacht. “Kom bij papa, Cicely.”  ”Wil je niet bij papa gaan ?” Cicely duwt haar gezicht in haar moeders schouder. Ze wil niet naar hem kijken. “Dan blijf bij je moeder.” De mannen lachen. “Fienie, a pikin fu yu e mandi nanga yu, yongu.””Ie faya boi, je ziet dat dat kind op Berie zijn schoot is gaan zitten, dan lach je, geen wonder dat dat kind boos is.” “Ze heeft spirit baya.”
“Als jullie je snel gaan klaarmaken dan gaat oom  Berie jullie wegbrengen met de auto.”
Boy en Cicely rennen enthousiast naar de slaapkamer. Zo vaak gaan ze niet uit en daar hun vader geen auto heeft, is een ritje altijd een extra verwennerij. “Doe snel noh !””Oom Berie gaat wachten, anders zou hij niet beloven.”
De mannen koken vandaag. Fienie had verteld hoe hij vaak genoeg op zondag de pot van zijn vrouw overnam. Godo geloofde het niet, Fienie kon volgens hem nog geen ei koken. De andere vrienden gaven grif toe nooit te koken, maar hoe moeilijk kan het zijn ? Hun vrouwen deden het elke dag, het eten was altijd lekker, ze waren altijd snel klaar met de bereiding plus was de keuken nooit rommelig als ze klaar waren. Godo had het wel geleerd van zijn moeder, maar aangezien hij niet van de keuken houdt, laat hij het koken net zo lief aan zijn vrouw over; als het echter zou moeten, was hij zeker in staat een lekkere maaltijd klaar te maken. Koken is net als fietsen, eenmaal geleerd, vergeet je het nooit meer.
Allerlei geuren zweven door het huis. De keuken lijkt op een kookwinkel na een heftige uitverkoopdag. De mannen zijn druk in de weer. Ze staan elkaar flink in de weg in de kleine keuken. Alle pitten op het fornuis zijn bezet met borrelende potten en spetterende pannen. “Volgens mij branden je balletjes aan.” “O, is dat ruik ik.””Gwe man, Ie no sabi bori.” “Wanneer je die jus maakt, moet je geen zout zetten maar blokje.””Waarom.” “Omdat je zó moet koken !”
“Jongens, jullie gaan toch niet vechten ?” Fienies vrouw schudt van het lachen. De andere vrouwen luisteren ook met stijgende hilariteit naar het getut van de mannen. Ze zitten te troefcallen in de voorkamer. Vandaag hoeven ze eindelijk een keer niet te koken. “Volgens mij brouwen zij niet veel soeps daar in die keuken.” “Meisje, zeg niets, want dalijk als je wat zegt kookt Godo nooit meer voor me. “Ja, en Berie dan ? Thuis krijgt hij altijd een lekkere portie. Ik hoef zijn bord bijna niet te wassen als hij klaar is met eten. Ik wil dat ook een keer kunnen doen, dus meisje tan tiri.””San den boi e baka drape ?”
“Krijgen jullie al honger ?””Jaa ! Baya, wat bakken jullie zo ?” “Je gaat straks proeven.”Alles is klaar. De mannen hebben de keuken weer netjes gemaakt. Fienie had ze gezegd dat als ze bij hem willen koken, moeten ze de keuken daarna weer netjes opruimen anders gaat zijn vrouw het niet willen. Het eten staat keurig in schalen op de tafel in de eetkamer uitgestald. “Wat is dit ?” “Gritibana soep, zie je niet ?” “O, ay !” “Proef no !” “Hmmm.””Dit lijkt op moksi alesi, maar ik zie paprika en doperwten.””Is risotto.” “O, is zo ziet risotto eruit !””Mang scheppen jullie uit, no.” “Roep die kinderen, laten ze komen eten.”
“Tang, waar zijn die kinderen ?” Fienies vrouw gaat in de slaapkamer kijken. Daar zijn ze niet. Ook niet in de badkamer of op het toilet. “Hmmmm, waar zijn jullie ?””Cicely, Boy !”Ze gaat het erf op om ze daar te zoeken. Zijn ze soms achterop ? Geen antwoord op haar geroep. “Fienie ik kan die kinderen nergens vinden.””Heb je overal gekeken ?” Niemand eet meer. “Heb je in die auto van Berie gekeken ?”vraagt Godo. “Hoezo ?” “Hij zou ze toch wegbrengen ?” “Laat me gaan kijken.” Inderdaad liggen Cicely en Boy in diepe slaap op de achterbank van oom Beries auto. Ze waren alvast erin gaan zitten. Maar oom Berie kwam maar niet.
Het waait hard buiten. Decemberwinden. Errol heeft net afgebeld. Hij komt niet meer bij Cicely eten vandaag. Cicely kijkt uit het raam. Jezus, alleen met Kerst. Een deur aan de overkant van haar huis gaat open. Een oude man en een jongen stappen naar buiten. Ze waaien bijna om. De man heeft een diep gegroefd gezicht. Hij staat een beetje krom. Met moeite houdt hij zich overeind. De jongen pakt hem stevig vast. De jongen heeft een mager gezicht. Ze kan hun ogen niet goed zien. Het is schemerig. De man en de jongen schuifelen met moeite naar de hoek van de straat. Ze keert zich om. Laat ze maar gaan eten. Ze heeft toch uitgebreid staan koken. Doks met kerriesaus, doks met rode wijnsaus met risotto en kousenband als groente. De doksen heeft ze goedkoop gekocht. Ze had ze bij de poelier zien hangen voor vijf  gulden per kilo. De poelier vertelde dat er opvallend veel doksen kwamen overvliegen de laatste tijd. Ze beschadigden de akkers en werden daarom afgeschoten door de boeren. Toen ze de doksen in stukken sneed, vond ze hagelkorrels. Ach, doks met Kerst is op deze manier best te doen. Ze leeft van een kleine uitkering omdat ze geen baan heeft. De feestdagen slokken altijd veel geld op. Als je wilt of niet, je wordt toch onweerstaanbaar meegesleept door de vele uitnodigingen tot kopen. Gezelligheid kopen. De gekochte wordt net zo fijn voorgesteld als de echte hoort te zijn. Als Errol was gekomen, hadden ze nu gezellig samen aan tafel gezeten. Etend, pratend misschien vrijend. Het had gratis warm en knus kunnen zijn. Niet dat ze zielig is nu. Ze heeft het afgeleerd alleen met andere mensen om zich heen een voldaan gevoel te hebben. Errol is niet de eerste die haar laat zitten. Dit is wel de eerste Kerst alleen. Ze vraagt zich af als zij iets speciaals moet voelen. Wat voelt zij ? Een lichte paniek. Het lukt vast niet de hele dag goed door te komen. Ze zet zich op de grond naast de kachel met haar bord. De doks is lekker. Errol  weet niet waar hij nee tegen zegt. Ze wast haar bord en zet het op het afdruiprek op het aanrecht. De televisie geeft haar een gevoel van verlatenheid; overal mensen die samen prettige dingen doen. Belt u naar dit nummer als u eenzaam bent en er behoefte aan heeft met iemand te praten. Ze is niet eenzaam. Glaasje wijn. Zo, zij zit goed. Wat zielig ? Wat alleen ? Denk aan al die Jehova’s Getuigen die geen Kerst vieren. Voor hun is het  een gewone zondag. Als ik doe alsof het een gewone dag is, voelt het misschien niet zo pathetisch aan. En Errol kan naar zijn cadeautje fluiten, ik hou het zelf. Ik ga niet kwaad op hem worden, ik praat alleen nooit meer met hem.